Zienswijze Werkgroep op Ontwerp Omgevingsvisie 2040
De Werkgroep Huisvesting Arbeidsmigranten heeft een zienswijze ingediend bij de gemeente Horst aan de Maas met betrekking tot de Ontwerp Omgevingsvisie 2040 van de gemeente, die onlangs gepubliceerd is.
In de Omgevingsvisie 2040 wil de gemeente een kompas bieden voor de toekomst. Aangegeven wordt welke ontwikkelingen op welke plek gestimuleerd wordt, welke waarden beschermd worden en welke functies de gemeente liever niet wil combineren. Kortom: de omgevingsvisie geeft kaders voor naar de mening van B&W “de juiste ontwikkelingen op de juiste plek”. De aanpak van de gemeente is gebiedsgericht: elk gebied heeft zijn eigen DNA. De omgevingsvisie is een richting, geen eindpunt. B&W kiest naar eigen zeggen voor stimuleren in plaats van begrenzen. “We voegen lokaal regels toe, als dat noodzakelijk is om lokale doelen te bereiken, bovenop wat elders (Rijk, Provincie, Regio, Waterschap) is bepaald, maar allen als wij daar de wettelijke ruimte voor hebben”, aldus B&W. Voor informatie over de omgevingsvisie heeft de gemeente een aparte website opgezet.
In haar zienswijze richt de werkgroep zich met name om die zaken in de Omgevingsvisie die gerelateerd zijn aan (huisvesting van) arbeidsmigranten en pleit ze meer in het algemeen voor meer betrokkenheid van alle burgers voor de ontwikkeling van de gemeente in de toekomst.
Woningbouw
In de ontwerp Omgevingsvisie zegt B&W ruimte te zien om “een deel van de regionale vraag (red.: naar woningen) op te vangen”. Daarbij dient opgemerkt te worden – aldus de werkgroep – dat de druk vanuit omliggende regio’s, zoals de Brainportregio en Venlo, met name voortvloeit uit hun eigen ambitieuze groeidoelstellingen. De Werkgroep stelt dat het onwenselijk is dat Horst aan de Maas de consequenties van deze keuzes moet opvangen. Daarom wil de werkgroep dat expliciet vastgelegd wordt dat de lokale woningbehoefte leidend is en voorrang krijgt boven regionale druk en dat duidelijk gemaakt wordt dat regionale woningbouwopgaven niet automatisch worden overgenomen door Horst aan de Maas. Extra woningbouw kan naar de mening van de werkgroep slechts plaatsvinden indien deze aantoonbaar bijdraagt aan de leefbaarheid en kwaliteit van de eigen kernen. Door deze begrenzing te hanteren kan de gemeente voorkomen dat regionale groeiambities worden afgewenteld op Horst aan de Maas, met alle negatieve gevolgen voor landschap, leefomgeving en sociale samenhang van dien.
Arbeidsmigratie
In de ontwerp Omgevingsvisie wordt gesteld dat arbeidsmigranten van “essentieel belang” zijn voor de lokale economie en een “cruciale rol” vervullen. Deze formuleringen zijn volgens de werkgroep te stellig en wekken een eenzijdig beeld dat niet past bij de doelstellingen van de Omgevingsvisie. Een dergelijke kwalificatie zou, wanneer zij in de visie wordt opgenomen, bindend worden vastgelegd en vormt daarmee een onwenselijke uitgangspositie voor toekomstig beleid. De werkelijkheid is volgens de werkgroep dat de lokale economie op dit moment (te) zwaar leunt op arbeidsmigratie. Dat maakt haar kwetsbaar en het is geen duurzaam fundament. Juist de brede en langdurige inzet van (laaggeschoolde) arbeidsmigranten heeft er mede toe geleid dat productiviteitsgroei en innovatie zijn achtergebleven. Omdat bedrijven gemakkelijk konden terugvallen op goedkope arbeidskrachten, is automatisering minder ver doorgezet. Dit remt het vermogen van de economie om zich verder te ontwikkelen en bij te dragen aan duurzame welvaart. De gemeente moet volgens de werkgroep helder stellen dat innovatie, automatisering en productiviteitsgroei de primaire motoren zijn voor een duurzame lokale economie en expliciet te erkennen dat grootschalige arbeidsmigratie risico’s kan hebben voor sociale cohesie en leefbaarheid, zodat de gemeente hierop beleid kan ontwikkelen en sturen.
Economie
Indien de gemeente daadwerkelijk kiest voor kwalitatieve groei, dient zij volgens de Werkgroep Huisvesting Arbeidsmigranten duidelijke kaders te stellen voor het soort bedrijven dat zich kan vestigen en voor de manier waarop werkgelegenheid wordt gecreëerd. Bedrijven die structureel afhankelijk zijn van grote aantallen arbeidsmigranten passen volgens de werkgroep niet bij een strategie gericht op duurzame kwaliteit. Het verleden leert volgens de werkgroep dat ambities om bedrijventerreinen te richten op agro en agri niet altijd zijn waargemaakt; de praktijk laat juist een sterke toename van distributiebedrijven en logistiek zien. Zonder concrete borging in de Omgevingsvisie bestaat het risico dat de huidige intenties opnieuw niet worden waargemaakt. De visie dient daarom heldere criteria te bevatten: welke bedrijven horen bij kwalitatieve economische groei en welke niet?
De werkgroep vindt het opmerkelijk dat bij de verwijzing naar de “strategische inzet van de klavers 7 en 11 in de regio” dat zowel de aangenomen motie over Klaver 7, met daarin vier verschillende ontwikkelscenario’s, als het door inwoners en maatschappelijke organisaties aan-gedragen alternatieve plan voor een kleinere ontwikkeling van Klaver 7 “Ten Oosten van Seve-num”, niet in de visie zijn verwerkt. Dit alternatieve plan is breed gedragen door buurtbewoners, Groengroep Sevenum, Behoud de Parel, de Dassenwerkgroep Limburg en de NMF Limburg.
De Omgevingsvisie 2040 is volgens de werkgroep juist hét moment om zowel de scenario’s uit de motie als dit breed gedragen plan uit te voeren. Verder is het van belang om instrumenten en beleidsmaatregelen te benoemen om daadwerkelijk te sturen op minder afhankelijkheid van externe arbeidskrachten.
Klimaat en Energie
De ontwerp Omgevingsvisie stelt dat Horst aan de Maas in 2040 klimaatneutraal zal zijn, terwijl in eerdere beleidsstukken (zoals KODE) nog werd uitgegaan van 2050. Deze vervroeging van het doel met tien jaar is niet onderbouwd en roept vragen op over de haalbaarheid. Het stellen van onrealistische of onhaalbare doelen werkt contraproductief en kan volgens de werkgroep het vertrouwen van inwoners in gemeentelijk beleid ondermijnen. Een geloofwaardige en haalbare klimaat- en energieopgave vraagt om realisme, transparantie en zorgvuldige afwegingen. Alleen dan kan de ambitie om bij te dragen aan de energietransitie ook op lokaal niveau rekenen op draagvlak en vertrouwen, aldus de werkgroep in haar zienswijze.
Bijlagen: Ontwerp Omgevingsvisie op hoofdlijnen, Ontwerp Omgevingsvisie – toelichting en Zienswijze Werkgroep Huisvesting Arbeidsmigranten Horst aan de Maas.