Rapport SP Horst: "De tuinbouwmaffia onder de loep"
Tegen de tijd dat de asperges de kop boven de grond dreigen te steken is het raak. De verhalen zijn ieder jaar hetzelfde. De tuinders klagen. Ze kunnen geen personeel krijgen. Zeggen ze. De beschuldigende vinger gaat steevast richting “onwillige’ werkloze. Journalisten en politiek haken daar gretig op in. Gedreigd wordt met sancties aan het adres van uitkeringstrekkers en aan het eind van het liedje: de Polen als de grote redders. De mensen om wie het gaat, komen nauwelijks aan het woord. Het verhaal van de tuinders die geen cao-loon willen betalen, het verhaal van het hand-over-hand toenemend aantal illegalen dat werkzaam is in de tuinbouw, het verhaal van de vaak nog slechte arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden, die – op straffe van ontslag – nog volledig gedicteerd worden door de tuinders. De SP Horst is wel op zoek gegaan naar die verhalen en heeft ze genoteerd in een “zwartboek” met als titel: “De tuinbouwmaffia onder de loep”.
In het zwartboek van de SP wordt ingegaan op het ontduik en van de cao door tuinders, het overschrijden van de werktijden – je moet blijven werken tot het werk af is, zonder extra bijbetaling – arbeidsomstandigheden, de risico’s van het werken in de tuinbouw en champignonkwekerij, waar de werkgever nauwelijks aandacht voor heeft en óók over de toenemende groep (vaker illegale) arbeidsmigranten die naar Noord-Limburg gelokt worden, om hier onder erbarmelijke omstandigheden te werken en leven.
Campings, een boerenstal, de kantine in een tuinderskas, maar even vaak ook de eigen auto dienen voor deze arbeidsmigranten als huisvesting. Ze komen om geld te verdienen in de tuinbouw. Liefst veel geld. Ze bekommeren zich niet zo om arbeidsvoorwaarden of arbeidsomstandigheden. Het met hard werken verdiende geld wordt veelal zwart uitgekeerd. Nogal wat van hen verblijven illegaal in Nederland en zijn overgeleverd aan de nukken van tuinder of (in toenemende mate) koppelbazen of “handmatige loonbedrijven”, zoals ze in de sector genoemd worden. Wethouder Peerbooms (CDA) geeft aan “er niets kwaads in te zien, dat de pieken in het seizoen opgevangen worden door buitenlanders. Feitelijk moet je dat zien,” zo stelt híj: “als ontwikkelingshulp aan bet Oostblok”.
Zowel de overheid als de tuinders zelf begrijpen heel goed dat de geringe beloning een belangrijke oorzaak is van de afnemende belangstelling voor het werk in de tuinbouw. De oplossing wordt echter niet gezocht in het op peil brengen van het loon, maar in het aantrekken van goedkope(re) buitenlandse arbeidskrachten, het inschakelen van vakantiehulpen of het zwart uitbetalen van loon. Werklozen zouden naar het inzicht van de overheid misschien te paaien zijn door hen toe te staan meer bij te verdienen dan normaal toegestaan. Daarom is in het landelijk Tuinbouwakkoord vastgelegd dat bijstandsgerechtigden 3100 gulden per jaar mogen bijverdienen zonder dat dat op hun uitkering wordt gekort. Daarnaast ontvangen uitkeringsgerechtigden die in de aspergeteelt werken, een extra “bindingspremie” van 75 gulden per week, die niet verrekend hoeft te worden worden. Weigeren van dit “passend” werk wordt er echter, volgens het akkoord, ook niet gemakkelijker op. Gemeentelijke overheden in Noord- en Midden-Limburg, vertegenwoordigd in het bestuur van het RBA, denken eerder aan een bedrag van zo’n vier- tot vijfhonderd gulden netto per maand vrij te laten inkomsten. “Een financiële prikkel is een belangrijke voorwaarde voor het oplossen van het personeelsgebrek in de tuinbouwsector”, stellen deze gemeenten in een brief aan de VNG, het CBA en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. “Te meer”, zo stellen dezelfde gemeenten, “omdat het werk niet erg aantrekkelijk is, gezien het wisselende aantal uren per week, zeven dagen per week; het werk is behoorlijk zwaar en het biedt bovendien geen uitzicht op een vaste baan. Het is dan ook maar de vraag of seizoenswerk in de
agrarische sector als passend beschouwd kan worden”.
De wantoestanden zoals die beschreven zijn in het zwartboek van de SP Horst zijn het gevolg van een verwaarloosd personeelsbeleid, ingegeven door de behoefte naar het realiseren van winst voor de tuinder. De verantwoordelijkheid daarvoor (goede uitzondering daargelaten) volledig bij de tuinders en hun organisatie. Te meer omdat alle aangedragen oplossingen van het arbeidsvoorzieningsprobleem worden geboycot of tegengewerkt. Spreiding van teelten, stichting van regionale arbeidspools, betere voorzieningen op het werk en betere beloning krijgen geen aandacht in de tuinderswereld. Maar ook een adequate bemiddeling van het RBA in Venlo wordt tegengewerkt. Er staan duizend mensen klaar om te beginnen, maar de meeste tuinders willen niet voldoen aan de minimumeisen. Zij eisen vergunningen voor Polen, en anderen laten hardop weten met illegalen te gaan werken.
Lees hier het volledige rapport van de SP Horst.