Paul Geurts (SP, voorzitter Werkgroep Huisvesting Arbeidsmigranten) ageert tegen lobby arbeidsmigrantenindustrie
Op 17 april 2026 vergaderde de Statencommissie LEO (Leefomgeving) over de provinciale Omgevingsvisie (POVI). Volgens De Limburger van 18 april 2026 veruit het belangrijkste voorstel uit deze zittingsperiode. “Een visie die impact heeft tot in uw achtertuin, maar die ook zo complex is dat overzicht ver te zoeken is”, aldus De Limburger.
De “POVI” bepaalt wat er de komende jaren op allerlei aspecten in Limburg gebeurd. Eén van de belangrijkste onderwerpen: waar worden de komende jaren de arbeidsmigranten gehuisvest. De Provinciale Omgevingsvisie is geen simpel plannetje dat vanuit het gouvernement over de inwoners wordt uitgestort. De visie is het voorportaal van een verordening die invloed heeft op élke Limburger. Reden voor ruim 1200 Limburgse burgers, bedrijven en belangen-clubs om een zienswijze in te dienen. Ook de Werkgroep Huisvesting Arbeidsmigranten diende een zienswijze in.
Nog op het laatste moment werd de Statencommissie LEO overstelpt met brieven van allerlei organisaties en burgers. Eén van de briefschrijvers was Paul Geurts, voorzitter van de Werkgroep Huisvesting Arbeidsmigranten Horst aan de Maas en vanaf de jaren negentig van de vorige eeuw actief omtrent het thema arbeidsmigranten. Volgende maand mogen Provinciale Staten de POVI goed- of afkeuren.
De Limburger meldde op 16 april 2026 dat onder andere de heer Van Gool (Otto Workforce en Kafra Housing en groot sponsor van de VVD) zich schriftelijk tot de Statencommissie had gewend met het dringende verzoek dat de commissie zich uit zou spreken tégen een eventueel verbod op wonen en daarmee voor het massaal huisvesten van arbeidsmigranten op industrieterreinen. Van Gool is één van de belangrijkste leden van de lobby voor grootschalige huisvestingspartijen die arbeidsmigranten shortstay-complexen bepleiten aan de randen van bewoond gebied en op industrieterreinen. En natuurlijk zingt de Limburgse Werkgevers Vereniging (LWV) mee in dit koortje.
Door Van Gool c.s. wordt in verschillende toonaarden (zie bijlagen) gesteld dat de Limburgse economie in belangrijke mate afhankelijk zou zijn van “internationale werknemers” en dat er een nijpend tekort aan betaalbare woningen in stedelijke gebieden zal ontstaan. In zijn reactie op deze brieven schrijft Paul Geurts (zie bijlage) aan de commissie dat het wat die “afhankelijkheid” natuurlijk vooral een product van de industrie zélf is, die niet kiest voor de zo broodnodige innovatie (automatisering en robotisering), die de arbeidsproductiviteit in Nederland écht een boost zou geven, maar die nu belemmert wordt door het inzetten van de spreekwoordelijke “goedkope handjes”, Huisvesting op bedrijventerreinen zou – volgens Van Gool – zelfs de integratie van arbeidsmigranten bevorderen. Een gotspe volgens Paul Geurts, als je je realiseert dat integratie vooral tot stand komt in een gezonde uitwisseling van relaties tussen in dit geval de arbeidsmigranten en de Nederlanders. En dat is anders dan de arbeidsmigranten met name de Engelse taal aan te leren (vooral beperkt tot het aanleren van beroepstermen/beroepsjargon), zoals Otto Workforce doet, om zo optimaal te kunnen functioneren binnen de (wensen van de) industrie.
In de praktijk blijkt dat huisvesting van arbeidsmigranten op de door de lobby van de arbeidsmigrantenindustrie bepleitte grootschalige shortstay-huisvesting op industrieterreinen er juist toe leidt dat de arbeidsmigrant nog meer afhankelijk wordt van uitzendbureaus.
Eerder keerde SP-kamerlid Bart van Kent op 12 maart 2025 zich in de Tweede Kamer tegen het huisvesten op grote huisvestingslocaties op industrieterreinen. In een breed door de Kamer ondersteunde motie tegen de bouw van die grootschalige huisvestingslocaties op industrieterreinen stelde Van Kent: ”Ik neem aan dat de minister het ook vanuit menselijke waardigheid onwenselijk vindt dat 400 of 500 arbeidsmigranten (aan de rand) van een bedrijventerrein worden gehuisvest. En vraag twee is of de minister voorbeelden kent van een situatie waarin bijvoorbeeld panden in de binnensteden of in dorpen die door uitzendbureaus voor de verhuur gebruikt werken, weer beschikbaar kwamen voor woningzoekenden”. De lobby van de arbeidsmigrantenindustrie wil doen geloven dat arbeidsmigranten hier maar kort verblijven en tijdelijk komen werken. Dat klopt niet! Stelt Geurts in zijn brief aan de Statencommissie. Cijfers tonen aan dat ruim driekwart van de arbeidsmigranten nog in Nederland is een jaar na aankomst en meer dan de helft is er na drie jaar nog steeds. Ook uit onderzoek van Dolly Loomans (in opdracht van het Planbureau voor de leefomgeving) blijkt dat veel arbeidsmigranten lang in Nederland blijven.
In plaats van meer shortstay-huisvesting bouwen, zou er volgens Geurts méér geïnvesteerd moeten worden in complexen met zelfstandige woonunits waarop een woonbestemming zit. Geurts vraagt zich in zijn brief af waarom de uitzend- en huisvestingsbranche niet investeert in huisvesting met woonbestemming? Dat heeft volgens Geurts alles te maken met het feit dat arbeidsmigranten met huurrecht door de branche gezien worden als risico. Shortstay verhuur aan arbeidsmigranten is een goed verdienmodel. De huur kan oplopen tot meer dan € 150 per persoon per week. Het is makkelijk in te zien dat een complex waar 300 arbeidsmigranten tijdelijk mogen verblijven, heel veel geld oplevert. Zodra arbeidsmigranten ‘gewone huurders’ worden, verandert er het een en ander. Vanaf dat moment is er sprake van huurbescherming.
Arbeidsmigranten die gehuisvest worden in shortstay hebben altijd gekoppelde woon- en werkcontracten. Hierdoor raken ze hun bed kwijt als hun baan ophoudt. Het bouwen van meer shortstay is geen maatregel om dakloosheid tegen te gaan, maar juist een middel om nog veel meer arbeidsmigranten op termijn dakloos te maken. In plaats van zich te richten op het bouwen van grootschalige shortstay, zou volgens Paul Geurts beleid van de overheid – en dus ook de provinciale overheid – gericht moeten zijn op het realiseren van woonunits waar men zich wel in mag schrijven en die geschikt zijn om straks, als shortstay aan banden wordt gelegd, arbeidsmigranten te kunnen huisvesten die een vast of tijdelijk huurcontract krijgen.
In zijn brief spreekt Geurts de hoop uit dat Provinciale Staten de belangen van arbeidsmigranten hoger stelt dan de belangen van de lobby van grote huisvestingspartijen en dat de provincie daadwerkelijk een bijdrage levert aan het bestrijden van het in stand houden van arbeidsmigranten als tweederangsburgers in de periferie van de samenleving, op industriebedrijven, ver buiten de samenleving!
Bijlagen: