(huisvesting) Arbeidsmigranten

Bezwaar tegen huisvesting arbeidsmigranten aan Kleefsedijk in Sevenum

20 november '25

De Werkgroep Huisvesting Arbeidsmigranten Horst aan de Maas maakt bezwaar tegen het besluit van B&W om een vergunning te verlenen aan de huisvesting van arbeidsmigranten aan de Kleefsedijk in  Sevenum. De werkgroep is van mening dat met de opzet van huisvesting en beheer de belangen van de toekomstige bewoners – de arbeidsmigranten –  geschaad worden, terwijl gevreesd wordt voor overlast voor de buurt. Daarnaast speelt dat in de buurt al meerdere huisvestinglocaties (ook voor asielzoekers) bestaan.

De werkgroep wijst er in haar bezwaar (zie bijlage) op dat de locatie gelegen is in een spuitzone en dat zij worden gehuisvest onder een beheerregime dat een vergaande mate van afhankelijkheid tussen werkgever, verhuurder en beheerder creëert. De werkgroep is van mening dat deze afhankelijk-heidsrelatie verstrekkende gevolgen heeft voor de rechtsbescherming van toekomstige bewoners. Als voorbeeld wijst de werkgroep op de bepaling in het beheerplan dat het verlies van werk tevens het verlies van woonruimte tot gevolg heeft en dat conflicten kunnen leiden tot beëindiging van zowel het dienstverband als het verblijf. De bewoners worden hierdoor in een kwetsbare situatie geplaatst, waarin zij geen beroep kunnen doen op de gebruikelijke huurbescherming en niet in staat zijn om hun rechten zelfstandig te verdedigen, aldus de werkgroep.

De mate waarin recreatieve voorzieningen gerealiseerd worden op de locatie blijft onduidelijk en lijkt ontoereikend. Terwijl de ervaring is dat een tekort aan recreatieve voorzieningen vaak leidt tot overlast in de buurt. Verder zijn verzoeken van de buurt om de verblijven van de arbeidsmi-granten meer naar achteren op de locatie te plaatsen, niet ingewilligd. Sowieso is naar de mening van de werkgroep niet voldaan aan de richtlijnen die de gemeente heeft opgesteld voor het voeren van een zogenaamd omgevingsgesprek.

De werkgroep meent ook dat het College van B&W haar eigen beleid doorkruist. Zo wordt officieel een “nee, tenzij”-beleid gevoerd, waarbij B&W alleen onder bepaalde voorwaarden nog vergunning verleend, anders wordt dat uitgesloten. Volgens de werkgroep is in dit geval niet voldaan aan die voorwaarden en zou dus geen vergunning verleend moeten worden. Eén van die voorwaarden is dat in de nabijheid van een te vergunnen locatie niet al meer huisvestingslocaties aanwezig zijn. In dit geval zijn die locaties er wel en is er dus sprake van cumulatie. Verder is de vormgeving van de huisvesting aan de Kleefsedijk in strijd met de Wet goed verhuurderschap en worden naar de mening van de werkgroep gedragsregels opgelegd die niet geoorloofd zijn, omdat ze vrijheden van de bewoners ernstig beperken. Ze gaan zelfs zover, dat op het moment dat een bewoner een regel overtreedt dat kan leiden tot deportatie naar het land van herkomst.

Tenslotte wijst de werkgroep het college er in haar bezwaarschrift op, dat het verlenen van de vergunning economisch onvoldoende is doordacht en in strijd is met de eigen beleidsdoelen.  De gemeente heeft eerder duidelijk aangegeven dat het wenselijk is de afhankelijkheid van grote aantallen arbeidsmigranten te verkleinen door innovatie, robotisering en productiviteitsverbetering te stimuleren. De vergunning maakt echter een woonvoorziening mogelijk die structureel is afgestemd op de inzet van laagbetaalde arbeidsmigranten en die daarmee de instroom juist consolideert in plaats van afbouwt.

Bijlage: Bezwaarschrift tegen verlenen omgevingsvergunning voor huisvesting van arbeidsmigranten aan de Kleefsedijk

Deze website gebruikt cookies!

Deze website maakt gebruik van cookies om uw ervaring te verbeteren en om ons te helpen onze diensten te optimaliseren. Voor meer informatie over hoe wij cookies gebruiken, lees onze cookieverklaring.